Gaat IPv6 de oude versie van het IP-protocol vervangen? Peter van Eijk reageert op stellingen van Jos Vrancken, die 13 april in Automatisering Gids beweerde dat IPv6 niet in staat is de problemen met het aantal IP-adressen op te lossen. Volgens Van Eijk zijn beide protocollen hard nodig.
IPv6 is een nieuwe versie van het IP-protocol, het werkpaard van internet. De huidige versie van het internetprotocol (IPv4) biedt te weinig adressen om iedere wereldburger van een eigen IP-adres te voorzien. Verwacht wordt daarom dat de IPv4-adressen uiterlijk in het midden van het volgende decennium op zijn. IPv6 is ontwikkeld om dat probleem op te lossen. Maar gaat deze loffelijke doelstelling ook gehaald worden?Rondom de introductie van IPv6 is een aantal stellingen te poneren. Recentelijk is dat gedaan door Jos Vrancken (Automatisering Gids, 13 april 2007). Enkele van die stellingnames verdienen nuancering.
Er is geen businesscase voor de invoering van IPv6IPv4 werkt nu toch, waarom zou je dan overgaan op IPv6? In veel gevallen is er inderdaad geen economisch of functioneel voordeel te halen door de introductie van IPv6. In die situaties zal men dus ook niet overgaan naar IPv6. In enkele netwerken is die businesscase er wel, omdat de benodigde hoeveelheid adressen niet te krijgen is, of omdat er aan het gebruik van NAT (Network Address Translation) zwaarwegende bezwaren kleven. Een voorbeeld is te vinden bij Comcast, een Amerikaanse kabelmaatschappij. Comcast heeft becijferd dat in de nabije toekomst haar netwerk zo groot wordt dat het niet meer past in een enkelvoudige NAT-oplossing. Het alternatief voor IPv6 zou zijn om twee lagen van NAT te hanteren. Men heeft vastgesteld dat dat in beheer veel complexer, en dus duurder, is dan overgaan op IPv6. Een ander voorbeeld is te vinden bij mobiele telefoons. Daar zou het gebruik van NAT in combinatie met persistente connectiviteit betekenen dat de telefoon regelmatig ‘keepalive’-berichten stuurt die onnodig veel van de accu vragen.
Hiërarchische adressering is functioneel superieurIPv4 in combinatie met NAT is een eenvoudige vorm van hiërarchische adressering. Hiërarchische adressering maakt decentraal beheer mogelijk, dat flexibeler en goedkoper kan zijn. IPv6 is een platte, niet uitbreidbare, adresruimte die deze voordelen zou missen.Dit argument is zeker relevant, en verklaart ook voor een deel het succes van NAT als oplossing. Daartegenover staat dat elke hiërarchie een ‘single point of failure’ heeft, namelijk de top, waar veel verbindingen tussen de delen langslopen. Ook ontstaat een hiërarchie niet zomaar uit een samenstel van delen. Wie wordt er dan namelijk de baas over die delen? Die beslissing kan lang duren, getuige de ellenlange discussie over wie er in de wereld de macht heeft over de DNS-rootservers.
NAT levert beveiligingNAT levert inderdaad een vorm van netwerkbeveiliging omdat het de interne netwerkstructuur afschermt van de buitenwereld. Als zodanig is het een eerste verdedigingslinie voor SOHO-gebruikers (small office/home office). Als complete beveiligingsaanpak schiet het echter hopeloos tekort. Om te beginnen beschermt NAT niet tegen virussen en dergelijke. Verder is de internetwereld niet meer op te delen in ons versus de rest. Er zijn tegenwoordig verschillende lagen van relaties en partners die we meer of minder direct willen toelaten tot ons eigen netwerk. Ten slotte is NAT een vorm van ‘security through obscurity’, wat in veel gevallen leidt tot hogere beheerkosten.
Succesvolle innovatie komt van de basisNieuwe technologie is sneller succesvol als de voordelen ervan lokaal in kleine groepjes kunnen worden gerealiseerd, in plaats van dat iedereen tegelijk ‘om’ moet. Volgens dit principe is het daarom vrij onwaarschijnlijk dat IPv6 de dominante IP-versie zal worden, omdat daarvoor zowel alle terminals (pc’s en telefoons) als alle servers omgezet moeten worden. Volgens hetzelfde principe zien we nu echter ook op allerlei locaties IPv6 geïntroduceerd worden, onder andere omdat het ‘onder de radar’ met de nieuwe versie van Windows (Vista) wordt meegeleverd.Applicaties zijn té verweven met de infrastructuurDe integratie van IPv6 wordt bij veel organisaties belemmerd doordat applicaties in veel gevallen erg verweven zijn met de netwerkinfrastructuur.Dat zou het geval kunnen zijn, maar met nieuwe ontwikkeltools is de datacommunicatielaag dermate afgeschermd dat dat niet meer op grote schaal aan de orde is.
Invoering IPv6 lukt niet“Het schiet niet op met de invoering van IPv6.” Er is op veel plaatsen inderdaad geen noodzaak en daar is dan ook weinig beweging waar te nemen. Over de gehele linie gezien echter groeit IPv6 nu in een aantal opzichten net zo hard als internet vijftien jaar geleden.
Handel in IPv4-adressen zal de schaarste oplossenHet is niet ondenkbaar dat in de nabije toekomst IPv4-adressen verhandelbaar worden, zodat organisaties met een groot tekort aan adressen deze kunnen kopen van organisaties die ze overhebben. Voor sommige toepassingen is dat inderdaad het geval. Stel dat een IP-adres tussen de 1 en 10 euro gaat kosten. Een dergelijk bedrag is voor een webserver met duizenden domeinnamen geen probleem. Voor een internetprovider is dat per apparaat van een klant wel een significante uitgave. In de toekomst kunnen we zelfs verwachten dat sensoren met een waarde van een euro of zo een internetadres krijgen. Voor dergelijke toepassingen zijn die kosten dan wel erg belemmerend.Een groeiende vraag in combinatie met een begrensd aanbod leidt in de praktijk, zoals we bijvoorbeeld in elektriciteitsmarkten af en toe zien, tot prijzen die stijgen tot recordhoogten. Het is de vraag of innovatie in internettoepassingen daarmee gediend is.Peter van Eijk (peter@van-eijk.net) is onafhankelijk managementconsultant en heeft recentelijk een onderzoek naar IPv6-implementaties uitgevoerd voor ECP.nl.